Alles over de dikkopelrits

De dikkopelrits komt van oorsprong voor in Noord-Amerika, maar is via de aquariumhandel ook naar Nederland gekomen. Aquariumhouders laten hun vissen wel eens los in vijvers of vennen, en zo is ons land vanaf
2008 een exoot ‘rijker’.

De dikkopelrits (Pimephales promelas) dankt zijn naam aan de stompe, afgeronde kop. In de paaitijd zitten hier sponsachtige knobbels op. Daarmee wrijven ze over de eitjes om deze te voorzien van een schimmelwerend slijm. Het lichaam is olijfkleurig of grijs met een donkere horizontale band over de flank die richting de staart het best zichtbaar is.

De dikkopelrits lijkt wel wat op de inheemse elrits, maar een duidelijk verschil is dat bij de dikkopelrits de rugvin en de buikvinnen op gelijke hoogte beginnen – de rugvin van de inheemse elrits begint pas achter de buikvinnen. In de aquariumhandel is vooral de goudvariant populair. Deze wordt verkocht als de goudelrits, het waterlelievisje of Amerikaanse Elrits.

 

Dodelijke bacterie

 
Hoewel de dikkopelrits maximaal 10 centimeter lang en slechts vijf jaar oud kan worden, heeft dit visje een grote impact op de onderwaternatuur – zeker in stilstaande, ondiepe wateren die snel opwarmen. Allereerst omdat ze zich heel snel kunnen vermeerderen. Gedurende de paaiperiode (die loopt van mei tot en met augustus) heeft een vrouwtje vaak meerdere legsels.

Bovendien kan de  dikkopelrits een bacterie met de naam Yersinia ruckeri bij zich dragen. Deze veroorzaakt bij een aantal inheemse vissoorten – waaronder zeelt, paling en zalmachtigen – de dodelijke ziekte Enteric Redmouth Disease.

Het is altijd al een bijzonder slecht idee om vissen uit een aquarium of tuinvijver in het wild uit te zetten, maar deze soort draagt mogelijk dus nog een extra, dodelijk gevaar met zich mee.

 

Verspreiding in Nederland

 
In 2008 werd de dikkopelrits voor het eerst aangetroffen in een vijver in Neede (Gelderland). Daarop hebben  natuurbeschermingsorganisaties het water leeggepompt en alle exemplaren van deze exoot verwijderd. Vervolgens dook de soort nog op in diverse vijvers en vennen: in de duinen van Meijendel (bestreden in 2011), nabij vliegveld Twente, rondom Maastricht en dit jaar ook in een ven op de rand van de Veluwe.

 
Tot nu toe lukt het met veel inzet om de verspreiding van de dikkopelrits in te perken, maar als mensen vissen blijven uitzetten is het dweilen met de kraan open. Zeker omdat de eitjes zich kunnen vasthechten aan eendenpoten en op die manier in andere wateren terechtkomen.

Extra complicerende factoren zijn dat de dikkopelrits geen hoge eisen stelt aan de waterkwaliteit en ook in stromend water gedijt. Zou de soort zich in dat laatste watertype succesvol vestigen, dan wordt de bestrijding van deze exoot een stuk lastiger.

Share this post