Voldoende voedsel voor de steur in de Rijn

Halverwege de vorige eeuw verdween de Europese steur uit de Rijn. Nu de kwaliteit van de Rijn aanzienlijk is verbeterd, wordt gewerkt aan de terugkeer van deze bijzondere oervis. Op initiatief van ARK Natuurontwikkeling en Sportvisserij Nederland is onderzocht hoe het is gesteld met het voedsel voor jonge steuren in de Rijn. Uit een haalbaarheidsstudie blijkt dat dat wel goed zit.

Onlangs verscheen het First Action Plan for the European Sturgeon for the Lower Rhine. Het actieplan bevat een overzicht van de kansen en bedreigingen en beschrijft de route naar een herintroductie van de steur in de Rijn in 2030. Op basis van een groot aantal studies blijken de seinen voor de terugkeer van een zelfredzame populatie steuren in de Rijn bijna allemaal op groen te staan. Wel zijn er nog een aantal obstakels te nemen en waren enkele belangrijke vragen nog onbeantwoord. Zo ontbraken tot voor kort gedetailleerde gegevens over de voedselbeschikbaarheid voor jonge (juveniele) steuren in de Rijn.

Onderzoek naar voedselbeschikbaarheid

Om na te gaan of er in de Rijn voldoende geschikte voedselorganismen voor steuren aanwezig zijn, voerde adviesbureau ATKB, in opdracht van ARK en Sportvisserij Nederland, een studie uit. Voor het onderzoek, dat mede mogelijk werd gemaakt door de Groen Blauwe Rijnalliantie, is naast een groot aantal wetenschappelijke artikelen, tevens gebruik gemaakt van een door Rijkswaterstaat beschikbaar gestelde database met gegevens over het voorkomen van macrofauna in de Nederlandse Rijntakken.

Op basis van gegevens uit de literatuur is eerst een lijst opgesteld van voedselorganismen waarvan bekend is dat zij juveniele steurtjes ze eten. Indien bekend is daarbij aangegeven in hoeverre het voorkeursvoedsel betreft of organismen die minder graag worden gegeten. Deze lijst is vervolgens vergeleken met de soorten in de database van Rijkswaterstaat. Het resultaat is een overzicht van voedsel dat door jonge steuren wordt gegeten én voorkomt in het (potentiële) leefgebied van de steur in Nederland. De resultaten zijn vergeleken met de voedselbeschikbaarheid in optimale riviersystemen, zoals het riviersysteem van de Gironde, Garonne en Dordogne in Zuid-Frankrijk.

Gevarieerd dieet

Jonge Europese steuren voeden zich met een grote variëteit aan voedseldiertjes uit verschillende taxonomische groepen, waaronder Polychaeta (veelborstelwormen), Oligochaeta (weinigborstelwormen), Decapoda (garnalen, krabben), Isopoda (waterpissebedden), Amphipoda (vlokreeften), Mysida (aasgarnalen), Copepoda (eenoogkreeftjes), Chironomidae (muggenlarven) en Nematoden (rondwormen). In algemene zin bestaat het voorkeursvoedsel van jonge Europese steuren uit kleinere zachte organismen die zich in en nabij de zachte rivierbodem ophouden. Ondanks deze voorkeur lijken jonge steuren erg flexibel als het gaat om de specifieke soorten waarmee zij zich voeden. Zij passen zich dan ook, indien nodig, aan het lokale aanbod aan. Bovendien zijn er ook aanwijzingen dat zij actief op zoek gaan naar gebieden waar hun favoriete prooidieren in hogere dichtheden voorkomen.

Voedselpakket van jonge steuren. Bron: voedselstudie Europese steur. Foto’s: Hans Hillewaert en Michal Manas (Wikimedia Commons)

Aan het eten zal het niet liggen…

Alle bekende voedselorganismen die belangrijk zijn voor Europese steuren in hun eerste levensjaar, blijken in zowel de Rijntakken als in het benedenrivierengebied voor te komen. In totaal zijn in het onderzoeksgebied meer dan 400 verschillende families en soorten voedselorganismen geïdentificeerd. De diversiteit is daarbij iets hoger in de Rijntakken dan in het benedenrivierengebied (waar de benedenloop van de Rijn en Maas in zee uitkomen). De meest frequent aangetroffen groepen in de Rijntakken en benedenrivieren zijn Chironomidae (muggenlarven), Amphipoda (vlokreeften), Oligochaeta (weinigborstelwormen), Bivalvia (tweekleppigen/weekdieren), Gastropoda (slakken) en Polychaeta (veelborstelwormen). Van deze organismen worden alleen slakken en tweekleppigen door jonge steuren waarschijnlijk niet gegeten.

Verspreidingskaarten van de Nieuwe Merwede, de Biesbosch en Hollands Diep met de verspreiding en aantallen Oligochaeta of borstelwormen (boven) en Isopoda of pissebedden (onder). Dit is favoriet voedsel van jonge steuren. De locaties waar dit voedsel veel voorkomt, is ook interessant voor jonge steuren om te foerageren. Bron: voedselstudie Europese steur

Hoge dichtheden

De dichtheden van voedselorganismen in de Rijntakken en het benedenrivierengebied worden gekenmerkt door een grote variatie in tijd en ruimte. Over het algemeen zitten er meer voedselorganismen hoger in de ondiepere zones dan in de diepe zones. Ook zitten ze hoger in de benedenrivieren dan in de verder stroomopwaarts gelegen Rijntakken. Op specifieke locaties (hotspots) worden soms grote dichtheden aangetroffen van enkele tienduizenden voedselorganismen per vierkante meter, vergelijkbaar met de aantallen in de voorkeurszones van de steuren in de Gironde in Frankrijk. Op basis van deze onderzoeksresultaten kan daarom worden aangenomen dat er voldoende geschikte voedseldiertjes aanwezig zijn voor steuren in de Rijn.

Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

Share this post