Fishing for Litter – beroepsvissers vissen de zee schoon

Sander Meijer (38) is nét terug van een vistocht op de Noordzee. Deze zaterdag is hij alweer op de NG21 in de haven van Lauwersoog
om wat onderhoudsklusjes te doen. De NG21 is een typische vissersboot: 24 meter lang, 7 meter breed, de bekende blauwe romp, het witte dek en de knalgele hijsinstallaties.

“Maandag gaan we weer”, zegt Sander. Een dag eerder heeft hij weer een bigbag met afval aan de wal gebracht. Troep die op volle zee – honderden kilometers van de kust – in zijn netten is beland.

Tijdens het vissen met twin rigs wordt veel afval meegevangen.

Schellen van de ogen

Hij monsterde als 10-jarige voor het eerst aan op de boot van zijn vader, in een tijd dat er in de beroepsvisserij nog heel anders tegen rommel in de zee werd aangekeken. “Niemand keek toen heel nauw. Afval dat je in de netten kreeg ging terug overboord. We hadden er geen ruimte voor, we hadden geen big bags, afval meenemen was alleen maar lastig, zo ging dat.”

 
Inmiddels in het bezit van zijn zeevaartpapieren en met een diploma visserijkunde op zak nam Sander op zijn achttiende de afslag naar een echt vissersbestaan en ging met zijn vader op tong en garnalen vissen.

 
In 2015 bond Sander met zijn vader serieus de strijd aan met het afval op de zeebodem. “We hadden een nieuwe boot gekocht, de NG21, waarmee we op langoustines gingen vissen. Daar hebben we een quotum voor. Eventuele bijvangst mogen we ook aanlanden.”

 
Die eerste tocht vielen hem de schellen van de ogen. “Ik had al weleens van Kimo en Fishing for Litter gehoord, maar die eerste keer…
een troep dat er aan boord kwam, gigantisch. Echt veel, alsof je op een vuilnisbelt had zitten vissen.” Daar moesten vader en zoon Meijer iets aan doen. Om te beginnen namen ze de opgeviste rommel mee, daar was op de NG21 wél ruimte voor.

 
Eenmaal terug aan wal nam Sander contact op met Kimo, een vereniging van ongeveer 150 kustgemeenten in dertien landen, die onder meer de vervuiling bestrijdt in de Noordzee, Noordelijke Atlantische Oceaan, Ierse zee en Oostzee.

Vorig jaar werd door de beroepsvissers 756 ton afval opgevist.  

Big bags

“Ik wil big bags,” zei Sander. Zo gezegd, zo gedaan. Uitgerust met een voorraadje big bags sloegen Dries en Sander Meijer fanatiek
aan het inzamelen. Jaren waarin ze honderd big bags van een kuub per stuk aanlandden waren gewoon, het is ook weleens meer geweest, véél meer. “Soms heb je er eentje, maar we hebben ook weleens acht volle big bags op het dek staan.”

 
Nu, jaren later, merken vader en zoon dat hun werk loont. “Je ziet het schoner worden”, zegt Sander. “We zijn ook niet alleen, er zijn er veel meer als wij, ongeveer 130. Ik ken zeker de helft van hen, het visserijwereldje is niet zo groot. Je komt elkaar vaker tegen.” 

Behalve dat de zeebodem schoner wordt heeft het meenemen van afval nog een tweede voordeel; wat je meeneemt kun je niet nog een keer in je netten krijgen. “Neem nou afgelopen week nog … een wasmachine in het net. Die kan het net beschadigen of zorgt dat je minder efficiënt vist. De vis kan er weer uitspoelen. Dat kost ook gewoon geld.”

Plastic vormt de hoofdmoot van wat er als bijvangst boven water komt. 

Wall of shame

Op zijn telefoon swipet hij langs een schandalige walk of shame van wat hij zoal tegenkomt op de bodem van de Noordzee … je wordt
er plaatsvervangend boos van; motoronderdelen, allerlei onbestemde apparaten, plastic in alle soorten en maten, dekzeilen,
scheepstrossen, een lasmasker, schoeisel, het gaat maar door.

Hij kan er met zijn pet niet bij. “Zeker als ik vis in een nieuw gebied en helemaal als we een drukke scheepvaartroute kruisen, dan 

kunnen we de big bags weer klaar zetten. Waarom? Ik vind blikken verf die lekken! Als die verf op de vangst komt, is die meteen waardeloos. En anders lekt het zo de zee in. Afval uit de machinekamer… waarom nemen ze het niet mee? Ik kan hier echt boos om worden.”

Beter imago

De inzet van Kimo en zijn inzet daarvoor zorgt ook voor een beter imago van de beroepsvissers, die nogal eens worden beschuldigd
van het rücksichtslos leegvissen van de wereldzeeën. “Mensen kijken er wel van op als wij weer zo’n grote zak rommel op de kade zetten. Dan reageren ze echt geïnteresseerd en vinden ze het een goed project. Wij vissers zijn namelijk de enigen die op grote schaal de zee kunnen schoonmaken én niemand anders doet het.”

 
Het afval dat door Kimo wordt opgehaald, wordt geregistreerd en apart gerecycled. “Afgelopen jaar hebben we 756 ton vuil opgevist”,
meldt Mike Mannaart, secretaris van Kimo Nederland en België, vanuit Portugal, waar hij een conferentie over schonere zeeën
bijwoont. “Dat is de grootste hoeveelheid sinds we in 2001 zijn gestart. In 2020 was het nog 644 ton.”

 
Overigens zijn het niet alleen de bemanningen van koopvaardijschepen die van de Noordzeebodem een enorme bende maken; vlak ook containerschepen die in problemen komen, niet uit. Want elk jaar verliezen wereldwijd grote containerschepen – zo hoog als flatgebouwen – duizenden containers met bulkgoederen.

De MSC Zoe verloor in 2019 342 containers. Nog steeds komt er afval uit deze containers in de netten terecht.

KIMO

Kimo – wat staat voor het Noorse Kommunernes Internationale Miljøorganisation – timmert ook al jaren aan de weg om de containervaart op de Noordzee veiliger te maken. Dit voorjaar klom de belangenorganisatie nog maar eens in de pen nadat in de storm Corrie de Julietta D. voor de kust van IJmuiden op drift sloeg, een ander schip ramde en afdreef naar een windmolenpark. In de storm Eunice, die de week daarop woedde, liep de Maersk Mumbai (capaciteit 20.000 containers) vast bij het Duitse Waddeneiland Wangerooge.

 
In beide gevallen liep het met een sisser af, maar in 2019 ging het nog mis met de MSC Zoe (capaciteit 19.000 containers) ten noorden van de Waddeneilanden. Meer dan 340 containers kwamen in zee terecht.

 
De inhoud daarvan zorgde voor enorme hoeveelheden afval op de Waddeneilanden, de stranden en natuurlijk in de Noordzee zelf. Tot
op de dag van vandaag spoelt deze rommel nog aan.

 
Om dit soort milieurampen te voorkomen wil Kimo dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bij stormachtig weer de vaarroutes
actief gaat beheren. Uit onderzoek door Deltares is namelijk gebleken dat grote containerschepen in onze ondiepe Noordzee bij storm makkelijker de bodem raken, wat leidt containerverlies. Het idee is dat de kustwacht dergelijke grote boten bij storm met zachte dwang naar dieper water begeleidt. Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid zit op die lijn.

 
Overigens steeg de hoeveelheid afval dat de ‘afvalvissers’ dat rampjaar 2019 aan land brachten met honderden tonnen.
Of zijn vangsten daadwerkelijk afkomstig waren van de MSC Zoe dat weet Sander Meijer natuurlijk niet. Maar ook hij heeft van die
dagen dat bepaalde artikelen meer dan eens in zijn netten zitten. “Helmpjes! En er is een plek, daar vangen we altijd pakken  babyluiers… Pampers. We hadden ook een keer allemaal schoenen van Tommy Hilfiger.”

Als we het dan toch over rariteiten hebben … Zeemijnen! Van die skippybal-achtige bollen met die uitsteeksels eraan, zoals je ze kent
uit de stripboeken. Sander heeft ze al meermaals opgevist. “Die mag je níét meenemen. We zetten ze rustig weer overboord, voorzien van een bomboeitje. We geven de coördinaten door zodat de Koninklijke Marine ze kan terugvinden en ontmantelen.”

Door alle rotzooi die in de netten terecht komt is het uitsorteren van de vangst niet eenvoudig.  

Langoustines

Begin dit jaar deed Sander ook een vangst die met name bij Sportvisserij Nederland met interesse werd bekeken; een steur van 1,40 meter! Het dier was gemerkt en waarschijnlijk afkomstig van een herintroductieprogramma in de Duitse Elbe, waar ze steuren hebben uitgezet waarvan de ouderdieren uit de Franse Gironde afkomstig zijn. Het merkje was overigens afgebroken. “Hij leefde nog, dus we hebben hem snel teruggezet en de vangst ook gemeld bij het Wereld Natuur Fonds. Daar waren ze er blij mee.”

 
Ook in zijn dagelijkse werk helpen Sander en zijn vader mee aan onderzoek, in hun geval naar langoustines en hun bijvangsten. “Dat doen we in samenwerking met Wageningen Universiteit. We tellen ze en noteren de verhouding mannetjes/vrouwtjes. Ook wij willen
weten hoe het met die beestjes gaat. Als er plannen opgaan om de visserij te sluiten, gebeurt dat in ieder geval op basis van cijfers. Meten is weten. Je wordt er zelf ook wijzer van.”

 
Het is niet allemaal kommer en kwel, wat er in de netten belandt. Die langoustines, die wij allemaal zo associëren met de mediterrane
keuken, die komen ‘gewoon’ uit die Noordzee. “Ze worden wel in het zuiden gevangen, maar een groot deel daar komt ook van ons.” Andere leuke vangsten: “Ik heb drie wervels van een potvis uit het net gehaald, een kaak en een rib van een vinvis en een schedel van een hele grote tonijn.”

Ook tijdens de visserij op langoustines wordt veel afval meegevangen.

Het heeft allemaal te maken met goed omgaan met de zee, vindt Sander. “Als de zee schoon is dan is dat in het voordeel van ons,
de vissersmannen. De zee is onze akker, daar wil je zorgvuldig mee omgaan.” Aan de andere kant, diep respect heeft hij ook voor de
Noordzee. Want als er iets gebeurt, dan is hulp ver weg. “Ik ben al een keer bijna gezonken, ik heb al eens fik aan boord gehad, dat hoort erbij.” Hij zegt het zonder blikken of blozen.

 
Dat opruimen dat doet hij niet alleen. “Wij zijn altijd met z’n vieren. Mijn broer Michiel, Adrie Kiel en een oproepkracht. Ik zit vaak toch
in de stuurhut, zij doen het echte werk.” Voor hun opruimwerk ontvangen ze geen cent. “Een schone zee is onze winst.”

Vangen we vis of vuil?

Share this post